Kindje Jezus in de kribbe
Ik ben blij dat U er bent
Ik wil U graag iets geven
Een kado van mij
Voor U
Ik geef
geen goud
Geen wierook
En ook geen mirre
Mijn kado
Is een kleine goede daad
voor U
Amen
Dank Lieve Jezus
dat wij in u mogen geloven
Zonder bang te zijn voor boosheid of straf
En dank u goede God hierboven
Dat Christina ons zo’n goed voorbeeld gaf
En ik bid voor kinderen die last hebben van pesterij
Laat dat toch nooit gebeuren door mij.
Amen
Kerstverhaal
Het is kerstavond. Ver weg, bij een oude schuur, brandt een kampvuur. Een herdersjongen en een meisje zitten zich te warmen. Boven hen komt een kleine engel naar hen toe.
“Hoi, wie ben jij?”
“Ik ben Benjamin, ik ben de jongste van alle engelen.”
“Ik ben Addi, ik ben een herdersjongen.”
“En ik ben Judith, mijn vader is koning.”
“Ik ben de andere engelen kwijt”, zegt Benjamin, “daarom kwam ik naar jullie toe”.
“En ik wilde hier blijven”, zegt Addi, “om op mijn lammetje te passen.”
“En mijn vader is met twee andere koningen verder”, zegt Judith, “ik wilde niet mee, ik vond het veel te koud en te donker om weg te gaan.”
“Dus jij bent een engel, zegt Addi?”
“Jazeker!” Benjamin kijkt trots, “wij doen allerlei heel belangrijk werk voor God. Wij engelen, wij zijn boodschappers, wij brengen alle belangrijke berichten van God naar de mensen. Ik ben in opleiding bij de engel Gabriël, hij is een van de belangrijkste engelen. En vandaag wordt er een kind geboren. Dat kind zal de grootste engel zijn die er bestaat. Als Hij geboren is, begint alles opnieuw. Hij gaat alle goede berichten van God aan de mensen vertellen.”
“O”, zegt Judith. “Mijn vader is ook op weg naar een kind dat vannacht geboren wordt, maar dat is geen engel. Hij zal een prins zijn. Hij wordt later een wijze koning; nog veel groter en wijzer en nog veel meer koninklijk dan alle koningen op aarde. Met Hem zullen alle koninkrijken opnieuw beginnen. Judith krijgt er een kleur van. Die woorden had ze van haar vader gehoord.”
“Nou, dan worden er zeker drie kindjes geboren vanavond”, zegt Addi. “Mijn vader is samen met de andere herders op weg naar de Goede Herder, want die wordt vannacht geboren. Dat heeft die grote engel gezegd. Misschien dat ik later bij Hem ga werken, want dat kindje zal de allerbeste herder zijn. Hij maakt een nieuw begin voor alle herders.”
“Mèèèèèè”, er blaat een schaapje.
“Dat is mijn lammetje”, zegt Addi. Hij tilt hem op en zet hem op zijn schoot.
“Mèèèèè …..”
“Wat wil je zeggen, kleintje?”, vraagt Judith.
“Ik weet het niet”, zegt Addi. “Benjamin kan jij hem verstaan”
“Jazeker”, zegt Benjamin: “Hij zegt dat alle schapen op weg zijn naar een lam dat geboren wordt, het Lam van God wordt vannacht geboren. Dat had de grote engel gezegd. Hij is een nieuw begin voor alle schapen.”
“Mèèèèè …..” zegt het lammetje.
“Die grote engel is vast Gabriël, mijn baas”, zegt Benjamin.
Addi en Judith kijken elkaar aan. “Maar die zijn toch niet op weg naar een lam dat geboren wordt?”
“Mèèèèè ….”, zegt het lammetje.
Op dat moment kijkt Judith omhoog. Kijk daar is de ster.
“Hij twinkelt wel heel bijzonder” zegt Addi.
“Dat is niet zomaar twinkelen”, zegt Judith, “hij vertelt ons iets, dat heb ik van mijn vader geleerd.”
O, zegt Addi, en wat zegt hij dan?
Hij zegt, Judith kijkt omhoog, “hij zegt: “Het licht van de wereld is geboren, het licht van de wereld, het grootste licht dat al het donker verjaagt. Het Licht is geboren”, dat zegt hij.”
“Het wordt steeds gekker”, zegt Addi, hoe kan het Licht nu geboren worden?
“Laten we erheen gaan”, zegt Benjamin, “misschien vind ik Gabriël wel”.
“Misschien is mijn vader er ook wel”, zegt Addi.
“Misschien weten zij waar de koningen naar toe zijn”, zegt Judith.
Benjamin zweeft voor ze uit, het lammetje huppelt mee, ze volgen het licht van de ster. Samen lopen ze de weg af tot ze bij een kleine stal komen. Hoog aan de lucht twinkelt de ster nog sterker. De schapen lopen te blaten rond de stal. Binnen knielen de herders en de koningen bij de kribbe en de engel Gabriël staat bij de poort.
“Waar ben je zo lang gebleven?”
“Ik was de weg kwijt, het spijt me”, zegt Benjamin.
“Kom snel naar binnen, want de Engel van God is geboren.”
Judith ziet haar vader. “Ha, pap, ik ben toch gekomen”. Ze kruipt dicht tegen hem aan.
“Kijk, Judith, daar in de kribbe: de koning van de wijsheid is geboren.”
“Dag pap”, zegt Addi.
“Ha, ben je daar, ik wilde je net komen halen. Kijk, Addi, de Goede Herder is geboren.”
Het kleine lammetje is ook binnengelopen. Hij staat met zijn kopje in de kribbe, daar in het stro ligt een kindje. “Dat is dus het Lam van God”, denkt het schaapje.
Boven de stal staat de ster, hij kijkt door een opening in het dak naar binnen, hij schijnt precies op het kindje Jezus in de kribbe. “Als ik hem kan aanraken met mijn lichtstraal, ga ik nog meer licht geven, want Hij is het Licht van de wereld”, zegt de ster.
Die nacht zitten de herders te praten met de koningen, de schapen blaten, de ster twinkelt en de engelen zingen.
Gabriël legt het hen uit: “Jullie hebben allemaal gelijk. Dit kindje is dat allemaal. Hij is Herder en Koning, Hij is Engel en Lam, Hij is Licht en Brood en nog veel meer”, Hij maakt alles nieuw, want ….’ daarna spreekt Gabriël heel plechtig: “Hij is de Zoon van God”. Nu wordt het heel stil.
“De Zoon van God.” Ze fluisteren het naar elkaar: “Dit kindje is de Zoon van God”.
De ster durft bijna niet meer te schijnen,
de Koningen doen hun kroon af,
de herders leggen hun staf bij de kribbe
en de schapen vergeten te blaten.
Dan blijft het een hele tijd stil.
(…)
Dat had niemand verwacht.
Dus dat is het nieuwe begin van God, zijn Zoon!
Maria en Jozef horen wat er allemaal gezegd wordt.
“En ik zal ervoor zorgen dat Hij ook een goede timmerman wordt”, denkt Jozef.
“Zeggen ze dat allemaal van mijn kleine Jezus”, denkt Maria. Ze neemt haar kindje uit de kribbe en legt het tegen haar aan. Drink nu maar en rust uit, Je zult het nodig hebben, want inderdaad, Jij bent Gods Zoon, Jij zult voor iedereen het Nieuwe Begin zijn.

Om na te praten…
Een kindje net als jij, of…
Dat was een mooi verhaal zeg. Dat kindje is een heel bijzonder kindje. Dit piepkleine baby’tje is God. Tegelijk is het kindje Jezus ook mens. Een baby net als andere baby’s. Die ook wel eens huilt. Hij moest ook drinken, dronk ook aan de borst en Hij had wel eens een vieze luier. Al hadden ze toen niet precies dezelfde luiers als nu; geen klant en klare luiers maar doeken. In bijna alles was het kindje Jezus gelijk aan ons. Waarin was het kindje Jezus nu niet gelijk aan ons? Weet jij het?
(…)
Hij deed nooit kwaad. Hij deed nooit zonde. Wij zijn soms wel eens eigenwijs en dan doen we dingen die we niet moeten doen. Dat deed Jezus niet. Ook niet toen Hij nog klein was had Hij al een gevoel wat God wilde, wist Hij wat God wilde, en werkte Hij met God mee. En dat is wel een verschil. Dat vinden wij veel moeilijker dan dat Jezus dat vond.
Een kleine baby en toch God
Heb je er wel eens over nagedacht hoe dat nu kan: zo’n kleine baby die God is? God is toch groot en machtig?
(…)
Je zou ook kunnen vragen kan ook vragen hoe kan God in ons hart wonen? God is toch in heel het heelal?
Maar weet je; God zit helemaal niet vast aan deze ruimte; aan deze wereld. God is boven, maar ook binnen en er doorheen. God is overal. Dus God kan ook mens worden door Jezus, dat kan Hij. Voor God is dus heel veel mogelijk. Voor ons niet, er zijn veel dingen die wij niet kunnen, maar die God wel kan. God kan dus ook mens worden.
Terugkomst van God op aarde
Jammer dat wij er niet bij waren toen Jezus op aarde was. Stel je voor dat je ven in het stalletje had mogen kijken. Wat denk jij, komt God nog een keer naar de aarde of was dit de eerste en laatste keer?
(…)
Jezus heeft gezegd, dat Hij ooit zal terugkomen. We weten niet hoe en we weten niet wanneer. Eens zal God de wereld voltooien; afmaken. Dan wordt de wereld zo als de wereld ooit is bedoeld. Dat doet God door Jezus. Niet op een andere manier. Wij moeten erover nadenken wat dat betekent.
Maar vergeet niet dat Jezus ook nu bij ons komt, elke dag! In de Mis komt Hij bij ons, als we het Evangelie lezen komt Hij bij ons, als we de communie ontvangen komt Hij bij ons. Hij komt bij ons, omdat we gedoopt zijn. Er zijn veel manieren waarop Jezus bij ons is en bij ons komt
Kindergebed voor bij de kribbe
Kindje Jezus in de kribbe
U bent een kindje
net als ik
Daarom hou ik zoveel van U
En wil ik U een plekje
in mijn hartje geven
Amen
(Gebed= vrije vertaling van Spaans kindergebed:
Jesusito de mi vida,
tu eres niño como yo,
por eso te quiero tanto,
y te doy mi corazón)

Kindje Jezus in de Kribbe,
U bent een kindje net als ik.
Daarom houd ik zoveel van U
en wil ik U een plekje in mijn hartje geven.
Amen
(Gebed= vrije vertaling van het Spaanse kindergebed:
Jesusito de mi vida,
tu eres niño como yo,
por eso te quiero tanto,
y te doy mi corazón)
Plaats maken in ons hart
Vandaag gaan we het hebben over de Advent.
Wie weet wat Advent is?
(….)
Advent is de tijd waarin we ons voorbereiden op Kerstmis. Kerstmis is het feest van de geboorte van Jezus.
Hoe doen we dat, ons voorbereiden op Kerstmis?
(…)
Ik noem eerst de dingen die je gemakkelijk kunt zien. Bijvoorbeeld: het gezellig te maken in huis, met een kerstboom, een adventkrans, veel lichtjes en een kerststal. Maar dat is niet het belangrijkste. We bereiden ons ook voor in ons hart.
Kijk dat zit zo. Jezus leefde niet alleen lang geleden. Hij leeft ook nu. Hij wil dicht bij ons zijn. Hij wil graag een plekje in ons hart. Ook in jouw hart. Het is belangrijk dat wij Hem dit plekje geven.
Waarom is dat zo belangrijk denken jullie? Dat Jezus een plekje krijgt in ons hart?
(…)
Jezus brengt Vrede brengt in ons hart. Hij maakt ons blij. Hij helpt ons om een vriend of vriendin voor een ander te zijn. Met Jezus in je hart, wordt jouw hart een stukje hemel op aarde. Het is dus fijn om dit te doen en om die plek steeds groter te maken. De Advent is een goede tijd om dit extra te proberen.
Dat klinkt fijn nietwaar? Dat als Jezus in ons hart komt wij Vrede in ons hart krijgen en ons hart een stukje hemel op aarde wordt. Daar willen we graag aan meewerken.
Maar hoe zouden we dat kunnen doen? Hoe kunnen we er nu voor zorgen dat Jezus een plekje krijgt in ons hart?
(…)
Eerst door te zorgen dat we Jezus goed leren kennen. Bijvoorbeeld door samen te lezen en te praten over Jezus, door te bidden en door naar de Kerk te gaan. Op die manier zal je Jezus leren kennen. Als je dikwijls tot Jezus bidt, komt Hij steeds meer in je hart. En al die gezellige dingen in huis helpen natuurlijk ook.
Je zal zien: Op deze manier wordt Kerstmis nog feestelijker. Hoe beter je Jezus kent, hoe groter de feestvreugde om zijn geboorte op Kerstmis.
Een Adventverhaal
In de kerk horen we de komende weken verschillende verhalen uit het leven van Jezus. Deze verhalen helpen ons ook om Jezus beter te leren kennen. Als we Jezus leren kennen leren we ook de God de Vader kennen. De verhalen helpen dus om ons op het feest van Kerstmis voor te bereiden. Vandaag lezen we alvast een verhaal. Het verhaal waar het allemaal mee begon. Het verhaal van de engel die aan Maria komt vertellen dat ze het kindje Jezus zal krijgen. Luister maar.
Lucas 1, 26-28
Het is vijf maanden geleden dat de engel Gabriël bij Zacharias is gekomen. Deze keer gaat hij naar Nazaret, een stadje in Galilea. Hij komt bij Maria en zegt: ‘Mag ik u eerbiedig begroeten, vrouw van genade, de Heer is met u’. Maria schrikt ervan. Zo heeft nog nooit iemand haar begroet. Maar de engel zegt: ‘Wees niet bang Maria, God heeft jou uitgekozen. Je krijgt een kindje, het wordt een jongetje en je moet Hem Jezus noemen. Hij zal belangrijk zijn, de Zoon van God. Hij zal koning zijn voor heel het volk van Jakob, voor altijd’. Maar nu zegt Maria. ‘Dat zal moeilijk gaan zonder man’. Maar de engel zegt: ‘Jawel; de heilige Geest van God zal komen met de krach t van God de Allerhoogste. Jouw kind zal heilig zijn, Zoon van God.
Ik mag je nog iets zeggen: Elisabet, jouw oudtante krijgt ook een zoon. Iedereen zei dat het niet kon, maar God maakt het mogelijk ’. Maria is overtuigd en zegt. ‘Ik wil alles doen wat God wil. Wat u zegt is goed.’ Nu gaat de engel weer terug naar God.
Misschien herkennen sommige van jullie dit verhaal wel. We lazen het ook in de catechese over engelen. We lazen het verhaal toen om meer te weten te komen over engelen. Vandaag willen we wat beter naar Maria kijken, zodat we ook haar, de moeder van Jezus, wat beter kunnen leren kennen.
Maria
Hebben jullie onthouden hoe de engel Maria begroette? Wat zei de engel tegen Maria als eerste?
(…)
‘Mag ik u eerbiedig begroeten, vrouw van genade, de Heer is met u’
Komt jullie dit bekend voor?
(…)
Er is een bekend gebed dat zo begint:
“Wees gegroet, Maria, vol van genade,
De Heer is met U,
Gij zijt de gezegende onder de vrouwen, en
Gezegend is Jezus, de vrucht van Uw schoot.
Heilige Maria, Moeder van God,
Bid voor ons, zondaars,
Nu en in het uur van onze dood, Amen.”
Voor ons is dat nu dus best gewoon “Wees gegroet, Maria, vol van genade” wij hebben dat al vaak gehoord. Voor Maria was het niet gewoon. Ze hoort het voor het eerst. Zo heeft nog nooit iemand haar begroet. Het is daarom een wat vreemde, opvallende begroeting van de engel. Maria begrijpt dan ook meteen dat er iets bijzonders aan de hand is. Maar ze wil wel zeker weten of de engel echt van God komt.
Maria wil helemaal van God zijn, dat heeft ze altijd al gewild. Daarom is ze eigenlijk niet van plan om een kind te krijgen met Jozef. Ze zijn ook nog niet getrouwd. Jozef is haar verloofde. Misschien denkt ze: ‘God weet dat allemaal wel, maar weet deze engel dat dan ook?’ Als de engel haar dan uitlegt dat het kind niet van een man zal komen maar dat dit kindje van God zelf komt, weet ze dat de engel echt een boodschapper van God is.
Nu is het goed. Maria kan God niets weigeren, ze houdt van God het allermeest.
Wat denken jullie; had Maria ook kunnen zeggen: “Dat wil ik niet. Ik doe niet mee”?
Ze had ‘nee’ kunnen zeggen en tegelijk ook weer niet. In theorie had ze ‘nee’ kunnen zeggen. Maar Maria houdt zoveel van God, dat ze eigenlijk geen ‘nee’ kan zeggen. Ken je dat? Dat als je echt van iemand houdt, en diegene vraagt wat aan je; en je merkt ook dat het goed is wat diegene vraagt, dat je dat geen ‘nee’ kan zeggen. Vanuit je hart kan je dan geen ‘nee’ zeggen. Zo is het ook met Maria. Voor God wil ze alles doen, voor Hem heeft ze alles over. Ze houdt van God. Bovendien is Maria ook heel moedig, ze is niet bang. Als ze merkt dat God iets moois van plan is, heeft ze geen twijfel. Ze werkt graag met God mee.
Maria werd de moeder van Jezus. Wisten jullie dat Maria ook voor ons heel bijzonder is? Toen Jezus aan het kruis hing, stond Maria bij het kruis samen met een leerling van Jezus. Op een goed moment zei Jezus tegen die leerling: “Zie daar jouw moeder”. Tegen Maria zei hij: “Zie daar jouw zoon’. Hiermee zegt Jezus ook tegen ons, dat Maria onze moeder in de hemel is. Daarom zie je in de kerk ook vaak een Mariabeeld. Voor ons hoort Maria er heel erg bij. Maria helpt ons ook om Jezus beter te leren kennen en om op Jezus te vertrouwen. Voor ons is Maria in het geloof daarom heel belangrijk.
Gebedje ik –kan –al –zelf -lezen
Lieve Jezus
U maakt mij blij
Ik vind het fijn
Met U in mijn hart
Zo bent U heel dicht bij
Amen
Lieve Jezus
U maakt mij blij
Ik vind het fijn
Met U in mijn hart
Zo bent U heel dicht bij
Amen
Intro
Ben je wel eens in de winter in Zweden geweest?
(…)
Op 13 december viert iedereen daar het feest van de Heilige Lucia. Stel je voor: het is koud (heel koud, wel -20 C.), er ligt sneeuw en het is al heel vroeg donker (om 16 uur) en dan hoor je muziek, een prachtig lied. Je kijkt …en je ziet allemaal meisjes staan in lange witte jurken met een kaars in hun hand. En 1 meisje valt extra op. Zij heeft een kroon op met daarop allemaal kaarsen. Echte kaarsen die ook nog aan staan…
Dat klinkt bijzonder hè? De moeite waard om eens naar Zweden te gaan of om op YouTube een filmpje te zoeken. Maar belangrijker eigenlijk nog: de moeite waard om eens meer te weten te komen over de Heilige Lucia. Luisteren jullie mee?

Tekening door Wiktoria (10 jaar)
Het verhaal van de Heilige Lucia
Lucia is een tiener en woont in Italië, in de stad Syracuse. Dit is lang geleden, in de tijd van de Romeinen. Ze heeft mooie lange haren, maar het meest opvallende aan haar zijn haar ogen; het zijn grote vurige ogen. Lucia is rijk en leidt een luxe leventje met veel vrienden. Lucia houdt ook van Jezus en gaat graag naar de kerk. In de tijd van Lucia is dat niet gewoon. Sterker nog, het is verboden om Christen te zijn. De keizer is de baas en die vindt dat hijzelf een god is en dus wil hij niks weten van de echte, enige God. Op een dag wordt de moeder van Lucia ziek. Wat moesten ze doen? Ze reizen 100 kilometer om naar het graf te gaan van de heilige Agatha. Ze hopen op een wonder en dat gebeurt ook: Lucia’s moeder wordt beter. Lucia is zo blij dat ze belooft om te stoppen met haar luxe leventje. Zo gezegd zo gedaan. Ze geeft haar mooie spullen, reukwerken en paarden weg en gaat niet meer steeds naar feestjes met haar vrienden. Ze gaat nog vaker naar de kerk. Haar vrienden vinden dit niet leuk. Ze kunnen er niet tegen dat Lucia meer aandacht geeft aan Jezus dan aan hen. Haar vrienden zijn zelfs kwaad. Zo kwaad, dat één van die vrienden naar de keizer gaat om te verklikken dat Lucia Christen is. Oei dat is echt gemeen, want Christen zijn is verboden. De keizer stuurt een paar knechten met een wagen om Lucia op te halen en naar hem toe te brengen. De knechten willen Lucia optillen om haar mee te nemen, maar dat lukt niet. Ze trekken, en trekken en rukken en sjorren; ze trekken zelfs aan haar mooie lange haren. Niks helpt. Dan halen ze de paarden van de wagen te halen. Ze binden touwen om Lucia heen en laten de paarden aan die touwen trekken, maar Lucia is niet van haar plaats te krijgen. Als de keizer het hoort wordt hij vreselijk kwaad. Hij stuurt een groep soldaten om Lucia te halen. Ook de sterkste soldaten krijgen de standvastige Lucia niet van haar plaats. Dan gebeurt er iets vreselijks. Een paar soldaten trekken hun zwaarden, er wordt gevochten en Lucia wordt in haar hals gestoken en ze valt dood neer. Het is inmiddels donker en veel mensen van de stad Syracuse zijn op het lawaai van het gevecht afgekomen. Als ze Lucia dood op de grond zien liggen steken ze kaarsen aan en huilen. De keizer hoort het gehuil en gejammer tot in zijn paleis. Hij gaat voor het raam staan en kijkt de donkere nacht in. Daar ziet hij eerst één, toen twee, toen een heleboel lichtjes opvlammen. Hij denkt dat het de vurige ogen van Lucia zijn. “Haar ogen”, roept hij uit, “ik zie haar ogen”. Hij probeert zijn hoofd met zijn mantel te bedekken, maar hij gilt steeds harder: “Haar ogen, haar ogen, ik zie haar ogen” en gillend stort hij zich van het dak van zijn paleis.
De mensen van Syracuse zijn diep bedroefd om de dood van Lucia. Veel mensen worden Christen. Weet je wie als eerste? Die vriend die haar bij de keizer heeft verraden als Christen. Er gebeuren veel wonderen op het graf van Lucia en al gauw wordt ze door de paus heilig verklaard. De mensen van Syracuse bouwen ook een hele mooie kerk voor Lucia en ze maken een prachtig zilveren beeld van haar. En ieder jaar op haar sterfdag – dat is midden in de winter, op 13 december – dragen ze dat beeld door de straten van Syracuse en steken ze in de hele stad kaarsjes aan. Kijk, zeggen de mensen dan, de ogen van Santa (dat betekent heilige) Lucia waken over ons in de donkere nacht. Dat mooie gebruik om Santa Lucia te vereren met kaarsjes in de donkere nacht is ook overgenomen in andere landen, vooral in Zweden en Noorwegen. Daar is in de winter de nacht wel heel erg donker en hebben mensen extra behoefte aan een lichtje om hen te helpen. In de avond als het donker wordt, zijn er dan meisjes die sieren zich met een kroon van kaarsjes op hun hoofd en die brengen allerlei heerlijkheden speciaal naar hun moeder. Zo gedenken we dan Santa Lucia, het meisje met de vurige ogen, die schenen in de donkere nacht en die in plaats van een luxe leventje, gekozen had om haar moeder en alle mensen te gaan verzorgen, uit dankbaarheid aan Jezus.
Een wonder door te bidden tot een Heilige
Wat een indrukwekkend verhaal.
Wat vond je daar nu van dat de moeder van Lucia beter werd nadat ze hadden gebeden bij het graf van de Heilige Agatha? Wat is dat bidden tot een heilige? En is het nu de Heilige Agatha die de moeder van Lucia heeft beter gemaakt?
(…)
Het is niet de Heilige Agatha die de moeder van Lucia heeft beter gemaakt. Het is God die mensen beter maakt, het is God die wonderen verricht. Nu vraag je je misschien af: “Maar wat is dan de rol van een Heilige?” Dat zit zo: Heiligen zijn heel dicht bij God. Zij kunnen dingen aan God vragen op een andere manier dan dat wij dat kunnen. God vindt het ook fijn om door heiligen dingen te doen. Zodat wij weten dat die heiligen belangrijk zijn voor God en dat ze een voorbeeld zijn voor ons. Als God iets doet op voorspraak van een heilige, dan laat hij ons weten: die heilige is een voorbeeld voor jou, die helpt jou , die is een voorspreker voor jou. En zo laat God ons weten hoe belangrijk het is. Dus daarom is het ook verstandig om naar de heiligen toe te gaan en hen te vragen om ons te helpen.
Lucia kwam zelfs door paardenkracht niet van haar plaats
We hoorden dat de knechten Lucia niet mee konden nemen en dat zij zelfs met paardenkracht niet van haar plaats kwam. Hoe kan dat denk je?
(…)
We hoorden net dat Lucia standvastig was. Weet jij wat dat woord betekent?
(…)
Standvastig dat betekent dat je achter je mening staat, dat je achter je geloof staat en dat als je iets belooft je het ook doet. Standvastig komt van ‘staan’: niet van zijn of haar plaats te krijgen. Maar de standvastigheid van Lucia was natuurlijk niet genoeg om er voor te zorgen dat ze niet kon worden meegenomen. Paarden zijn heel sterk en die trekken je zo om. Ook hier horen we dus over een wonder van God. Een wonder waarmee God ook iets wil zeggen: ‘Dit meisje staat achter Jezus die is standvastig en daar sta Ik achter’. Door het wonder laat God zien dat Hij achter Lucia staat.
De keizer sprong van het dak van het paleis
De keizer sprong van het dak van het paleis.
Wat denk je; Is dat nu een straf van God? Doet God dat eigenlijk; mensen straffen?
(…)
God gooit geen mensen van het dak, dat begrijpt iedereen.
Toch kan je niet zeggen dat God nooit straft.
Krijg je wel eens straf van mamma?
(…)
Ja hè? En God straft ook, maar niet door mensen van het dak te gooien of andere erge dingen te doen. God straft op een andere manier. Het is eigenlijk heel raar, maar als God straft doet Hij juist iets goeds met ons. De straf van God is vaak ook dat mensen zich bekeren. Kijk bijvoorbeeld in dit verhaal maar naar de jongen die christen wordt. Zijn straf voor het verraden van Lucia was dat God hem bekeerde. Dus God straft niet door mensen kwaad te doen, maar God straft door mensen goed te doen. Door mensen te helpen beter te worden. Dit is met Jezus ook. De mensen hebben Jezus gedood en de straf van God is dat Hij de mensen vergeeft, als we ons bekeren. Dat is wel heel mooi.
De H. Lucia als voorbeeld
Lucia is dus heilig. En van heiligen kunnen we iets leren. Wat kunnen we denk je van de heilige Lucia leren?
(…)
Bijvoorbeeld; standvastigheid in het geloof. Je kunt net als Lucia zeggen en doen: Ik geloof echt en niemand brengt mij van mijn stuk.
Kindergebed H. Lucia
Santa Lucia flinke meid
U leefde in een hele moeilijke tijd
Maar ondanks alles stond u sterk
En bleef u trouw aan Jezus en zijn kerk
Laat uw ogen ons wenken met hun geflonker
Zoals ’t licht van dit kaarsje ons wenkt in het donker
Amen
Santa Lucia flinke meid
U leefde in een hele moeilijke tijd
Maar ondanks alles stond u sterk
En bleef u trouw aan Jezus en zijn kerk
Laat uw ogen ons wenken met hun geflonker
Zoals ’t licht van dit kaarsje ons wenkt in het donker
Amen
Intro
Ben jij gedoopt? (…) Ben je ook wel eens bij een doop geweest? (…) Bij een doopviering gebeurt best veel. De priester doet veel verschillende dingen. Vandaag gaan we het hebben over wat al die dingen bij een doop betekenen. We horen verder waarom dopen belangrijk is. We zullen ook lezen uit het Evangelie. Het verhaal dat gaat over de doop van Jezus. Ja: Jezus zelf is ook gedoopt. Weet één van jullie door wie Jezus is gedoopt?
(…)
Inderdaad door Johannes de Doper. Hij heet zo omdat hij Jezus heeft gedoopt. Johannes “de Doper” : degene die gedoopt heeft. Straks horen we meer. We gaan nu eerst praten over de doop van kinderen.
De doopviering
Iemand die gedoopt wordt heet een ‘dopeling’. Vaak draagt de dopeling een mooie witte jurk, ook jongensbaby’s; die jurk heet een doopkleed. Weet jij waarmee de priester doopt?
(…)
Inderdaad met water. Zal ik eens uitleggen waarom dopen met water gebeurt? Dat zit zo: zonder water is er geen leven. Het dopen met water is als teken van een nieuw leven, een ander leven, een leven met God. Als je bent gedoopt leef je niet meer alleen met de natuur, de aarde, de lucht, maar leef je ook van binnen met God. In het doopsel wordt de verbintenis met God, jouw vriendschap met God, echt.
Voor de doop wordt eerst het doopwater gezegend. Door het te zegenen zeggen we: God we geven het water aan U terug en we gebruiken het alleen voor dingen die met U te maken hebben. Bijvoorbeeld voor het maken van een kruisteken of om te dopen. Het water is zo weer van God en God verbindt er zijn zegen aan.
Misschien weten jullie nog dat met Pasen het doopwater wordt gezegend. Hebben jullie een idee waarom het opnieuw moet worden gezegend?
(…)
Het antwoord is eigenlijk eenvoudig. Als water lang in het doopvont staat wordt het vies. We willen kinderen natuurlijk niet in vies water dopen. Daarom wordt er steeds nieuw water in het doopvont gedaan en moet dat water opnieuw worden gezegend.
Als de priester gaat dopen met het water zegt hij eerst de namen van de dopeling en dan zegt hij : “Ik doop je in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
Komen die woorden je bekend voor?
(…)
Inderdaad van het kruisteken.
Bij de doop wrijft de priester ook Chrisma op het hoofd van de dopeling. Chrisma komt uit het Grieks en betekent ‘zalf’. Waar lijkt dat woord Chrisma op?
(…)
Inderdaad het lijkt op ‘Christus’. Christus betekent ‘gezalfde’. Door het doopsel wordt je Christen. Christen betekent dat je bij Jezus hoort. De zalving is daar het teken van.
De priester zegent niet alleen het doopwater, maar ook de dopeling zelf. Bij deze zegeningen worden de ogen, oren, mond en handen speciaal gezegend. De zegening van de ogen is om er voor te zorgen dat de ogen niet alleen de mooie natuur zien, maar ook dat ze zien dat God door de natuur werkt. De zegening van de oren is om er voor te zorgen dat ze niet alleen luisteren naar mensen en muziek maar ook naar wat God zegt. De zegening van de mond is om niet alleen mooie en goede woorden voor mensen te spreken, maar ook dat de dopeling leert bidden en tot God te praten. Door de zegening van de dopeling kan hij of zij echt kind van God zijn.
Waarom dopen?
Waarom is dopen nu zo belangrijk? God houdt toch van alle mensen?
(…)
God houdt inderdaad van alle mensen, en van alle kinderen al voordat ze zijn geboren. God kende je al voordat je werd geboren. Hij wist al wie je was en Hij hield al van je. En van het begin af aan zegt Hij: “Wil jij mijn kind zijn?” Als je nog heel klein bent kan je die vraag niet zelf beantwoorden. Daarom doen pappa en mamma dat bij je doop namens jou: “Ja we willen graag dat onze zoon of dochter uw kind is”.
Dopen is dus belangrijk omdat je daarmee God antwoord geeft als Hij vraagt: “Ik hou van jou, wil jij mijn kind zijn?”
Zeggen jullie wel eens: “God ik hou van U?”
(…)
Misschien niet hè? Toch mag je dat best eens zeggen als je bidt: God ik hou van U. Dat vindt God fijn. Net als wij het fijn vinden als iemand, bijvoorbeeld pappa of mamma, zegt: “Ik hou van jou”.
De doop van Jezus
We hebben veel gehoord over de doop van kinderen en ook wat het betekent. We gaan nu lezen uit het Evangelie. Het verhaal van de doop van Jezus.
Marcus 1, 7-11 (vrij uit: het gezinsboek ‘Ons Dagelijks Brood – Kerst- en Adventtijd’ van pastoor Hagen, pagina 124).
Jezus gaat naar Johannes de Doper. Jezus wil door Johannes gedoopt worden. God, zijn Vader, vindt dat nodig en dat weet Jezus. Johannes draagt geen zachte kleren. Zijn jas is van ruw kamelenhaar. Hij heeft een leren gordel om zijn middel, een soort ceintuur. Hij eet sprinkhanen en wilde honing. Meer heeft hij niet nodig om te leven. Johannes heeft al veel mensen gedoopt. Hij zegt tegen de mensen: “Na mij komt iemand die krachtiger is dan ik; ik ben het niet waard om zijn dienaar te zijn, niet eens om mij te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken. Ik heb jullie gedoopt met water, maar Hij zal jullie dopen in heilige Geest.
Nu komt Jezus naar hem toe. Jezus gaat net als de andere mensen het water in, de rivier de Jordaan en Johannes doopt hem. Meteen als Jezus uit het water komt, ziet Hij de hemel openbreken en de Geest als een duif op zich neerkomen. Er klinkt een stem uit de hemel die zegt: “Jij bent mijn geliefde Zoon, in wie ik Vreugde vind”.
Na de doop van Jezus klinkt er dus een stem die zegt: “Jij bent mijn Zoon. Ik ben blij met jou.” Van wie zou die stem zijn denken jullie?
(…)
Inderdaad het is God de Vader zelf die zegt dat Jezus zijn eigen zoon is. Jezus is op een heel bijzondere manier de zoon van God. Want Jezus zelf is God. Ook wij zijn door ons doopsel kinderen van God. Door het doopsel kan God zeggen: “Nu ben jij helemaal mijn kind”. En dan kan jij zeggen: “Nu bent u helemaal mijn hemelse Vader”. En net als met Jezus is God ook blij met jou: Jij bent het kind van God en God is blij met jou.
En dat is heel fijn om te weten, want God is er aan het begin dat alles bestond en God is er aan het einde en God is er altijd. Ook als ons leven op aarde eindigt, als je heel oud bent hopen we, dan is God er nog altijd. Dus het is heel fijn om te weten dat God er is, dat hij van jou houdt en dat jij zijn kind bent. Onthoudt het maar goed. Weet je wanneer een speciaal moment is om daar even aan te denken?
(…)
Als je naar de kerk gaat en je komt binnen, wat is dan het eerste wat je doet?
(…)
Inderdaad je maakt een kruisteken met wijwater. Wijwater is doopwater. Als je daarmee een kruisteken maakt kan je terug te denken aan het moment dat jij werd gedoopt. Je kan dan denken: Ik ben gedoopt in de naam van de Vader, en de Zoon en de heilige Geest. Ik hoor bij God. Ik hoor bij de Vader, en de Zoon en de heilige Geest
Kindergebed H. Doopsel
Goede Vader in de hemel
Dank U dat ik uw kind mag zijn
net als Jezus
Dank U dat ik U ken
En dat ik door mijn doopsel voor altijd bij U hoor
Dat vind ik fijn
Ik wil U daarom ook vragen
Om ouders te helpen om hun kinderen te laten dopen
Ik bid ook voor alle kinderen die niet zijn gedoopt
Wilt U hen extra helpen, zodat zij U leren kennen?
Amen
Oktober 2012, MdM
De catechese was op woensdag 31 oktober 2012 om 18.30 uur te beluisteren op Radio Maria (675 AM) in het dagelijkse kinderprogramma ‘Dag God, met mij!
Goede Vader in de hemel
Dank U dat ik uw kind mag zijn
net als Jezus
Dank U dat ik U ken
En dat ik door mijn doopsel voor altijd bij U hoor
Dat vind ik fijn
Ik wil U daarom ook vragen
Om ouders te helpen om hun kinderen te laten dopen
Ik bid ook voor alle kinderen die niet zijn gedoopt
Wilt U hen extra helpen, zodat zij U leren kennen?
Amen
Bid jij wel eens? Vast wel. Maar wat is dat nu eigenlijk bidden? Hoe doe je dat bidden? En wat leert Jezus ons over bidden? Daar gaan we het vandaag over hebben.
Wat is bidden?
Wat is dat nu eigenlijk bidden? Hoe zou je dat aan iemand uitleggen die nog nooit heeft gebeden?
(…)
Inderdaad, bidden is samenzijn met God. Bij God zijn. Bidden is praten met God en ook luisteren naar God. Proberen te verstaan wat Hij in je hart zegt. Bidden kan ook zijn dat je stil bent en dat je wel weet dat God bij je is. Als je vaak bidt ga je God steeds beter leren kennen. Dat zal je gelukkig maken en het wordt dan ook steeds makkelijker om het goede te doen.
Bidden is dus niet alleen dingen zeggen tegen God of dingen vragen, maar ook luisteren naar God…alleen…
Hoe weet je dan of God wat tegen je zegt? Hoe weet je het verschil tussen wat God tegen je zegt en je eigen gedachten? Heb jij een idee?
(…)
Soms is het makkelijk. Er zijn veel gedachten waarvan je meteen weet: “die komen niet van God”. Bijvoorbeeld een beetje egoïstische gedachten, dingen alleen maar voor jezelf of flauwe gedachten, flauw tegen een ander. Van dat soort gedachten weet je: “Nee, die komen niet van God maar van mezelf”. Soms is het moeilijker. Bijvoorbeeld als je twee goede gedachten hebt en je denkt: “Ja die kan ik allebei doen, maar wat zou God nou willen?” Een hulpmiddel om erachter te komen wat God nu van je wil is kijken bij welke gedachte je vrede in je hart voelt, vrede van binnen. Stel, je hebt bij de ene gedachte veel vrede van binnen. Je denkt: “Ja, ik voel me nu heel goed bij God”. En bij de andere gedachte blijf je wat onrustig. Dan kan je beter voor de gedachte kiezen waarbij je vrede hebt in je hart. Vrede in je hart is een goed hulpmiddel. Want God geeft vaak vrede in je hart als je voor het goede kiest.
Wat zegt Jezus ons over bidden?
In de bijbel staat een verhaal waarin Jezus zijn leerlingen les geeft over bidden. We gaan dat zo samen lezen. Als je goed oplet zal je horen dat Jezus praat over ‘zoeken’ en ‘vinden’, over ‘vragen’ en over ‘krijgen’.
Ben jij wel een iets kwijt? Wat doe je dan?
(…)
Dan ga je natuurlijk zoeken. Meestal vind je het dan ook wel. En wanneer je iets nodig hebt, dan vraag je het aan pappa en mamma.
God is onze Vader in de hemel. Hij wil ons ook helpen. Je mag altijd aan God vragen of hij je helpt. Luister maar naar hoe Jezus het ons uitlegt.
Evangelie
Lucas 11,5-13
Jezus zegt: Stel je hebt een vriend. Je gaat midden in de nacht naar hem toe en je vraagt hem: “Vriend, mag ik drie broden van je lenen? Er is net een andere vriend bij mij thuis op bezoek gekomen. En die vriend heeft een lange reis gemaakt en hij heeft honger. Maar ik heb niks in huis om hem te eten te geven.”
Wat zou je vriend bij wie je midden in de nacht aanklopt dan antwoorden denk je?
Zal hij zeggen: “Val me niet lastig; de deur is al op slot, we liggen in bed en de kinderen slapen al; ik kan niet opstaan om het je te geven”?
Nee. Je vriend zal uit bed komen en je alles geven wat je nodig hebt. Gewoon omdat hij je vriend is. En anders omdat je zo onbescheiden ’s nachts aanklopt en aandringt.
Na dit voorbeeld zegt Jezus tegen zijn leerlingen: Dit weten jullie wel: als je iets wilt krijgen, dan moet je erom vragen. Als je iets wilt vinden dan moet je ernaar zoeken. En als je wilt dat iemand opendoet, dan moet je aankloppen. Iemand die vraagt, die krijgt. Iemand die zoekt, die vindt. En voor wie klopt wordt open gedaan.
Er is toch geen vader die aan zijn zoon een steen geeft, als die zoon om brood vraagt? Of een slang als hij om vis vraagt? Of een schorpioen als hij om een ei vraagt?
Mensen geven goede dingen aan hun kinderen. Zelfs als ze ook wel eens verkeerde dingen doen. God de Vader in de hemel doet alleen maar goede dingen. Dus je begrijpt dat Hij zeker het goede geeft als zijn kinderen Hem daarom vragen.
Wij zijn kinderen van God. Jezus leert ons dat God ons het goede wil geven. Hij leert ons ook dat we daarvoor wel moeten bidden. We moeten het Hem vragen. Als we Hem vragen dan zal Hij het ons geven. Soms op een andere manier dan wij van te voren denken.
Mag je alles aan God vragen en geeft Hij alles wat je vraagt?
(…)
Ja, je mag alles aan God vragen. Zal God je ook alles geven wat je vraagt?
Geven pappa en mamma alles wat je vraagt? (…)
Nee he? Waarom niet? (…)
Ze geven het niet als iets niet goed voor je is. Stel je voor dat je vanaf nu alleen nog maar de hele dag snoep wilt eten. Dat gaan pappa en mamma natuurlijk echt niet doen, want dat is niet goed voor je. God geeft ook niet als het niet goed is. Daarom is het ook het beste als je bij het bidden het zinnetje gebruikt dat Jezus zelf gebruikte als hij tot de Vader bad: “Maar niet mijn wil maar Uw wil geschiede”. Dat betekent dat je vraagt dat alleen de dingen gebeuren die God wil. Dan is het goed voor jou en voor alle anderen.
Hoe doe je dat bidden?
Wat weet jij al over hoe je kan bidden? Hoe doe je dat zelf? Hoe doet mamma of pappa dat? Hoe doen jullie het samen?
(…)
Wanneer je gaat bidden begin dan met het kruisteken. Je zegt zacht of hardop:
‘In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen.’
Terwijl je dat zegt, maak je rustig het kruisteken. Na afloop van het gebed doe je hetzelfde.
Voordat je begint met bidden is het goed om het even stil te laten worden. Zet je mobiele telefoon, de radio, de TV of je MP3 speler maar uit. En als je samen met anderen bidt is het goed als iedereen even stil wordt. Dat helpt om echt aan God te denken.
Je kan in je eigen woorden bidden of een bestaand gebed gebruiken. Wisten jullie dat Jezus ons zelf een gebed heeft geleerd?
Heb jij een idee welk gebed dat zou kunnen zijn?
(…)
Het Onze Vader
Inderdaad het ‘Onze Vader’. Dit is het belangrijkste en mooiste gebed dat we in de Kerk hebben. Als je wilt kan je het elke dag bidden, bijvoorbeeld bij het eten of voordat je gaat slapen. Je kent het vast wel. Maar wist je ook dat het uit twee delen bestaat?
Het eerste deel:
Onze Vader Die in de Hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd;
Uw Rijk kome;
Uw wil geschiede op aarde zoals in de Hemel.
In het eerste deel vragen we dingen voor God de Vader. We vragen dat de mensen eerbiedig omgaan met Gods naam, dus dat ze niet vloeken of slecht praten over God.
We bidden ook dat Gods koninkrijk van liefde en vrede mag komen. Dat zal zijn wanneer alle mensen goed doen, zoals God het wil.
En het tweede deel:
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schuld,
zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven
en leid ons niet in bekoring,
maar verlos ons van het kwade.
In dit deel, vragen we wat we zelf nodig hebben: brood om te eten, vergeving van fouten en dat God ons helpt om geen verkeerde dingen te kiezen.
En heb je ook gehoord dat we bidden: “vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven”? Dat betekent dat als we willen dat God onze fouten vergeeft wij ook andere mensen hun fouten moeten vergeven en niet boos moeten blijven op mensen.
Schietgebedjes
Tot slot nog een grapje over bidden:
Er komt een kindje bij een priester en die vraagt: mag je spelen onder het bidden? De priester antwoordt: “nee dat mag niet, maar je mag welk bidden onder het spelen”.
Snap je hem? Daar moet je vast even over nadenken. Dat is niet erg, maar onthoudt nu maar dit: Je kan altijd en overal even met God praten of iets tegen hem zeggen, op school, onder de douche, bij het buitenspelen …
Weet jij nog meer plaatsen waar je kan bidden?
(…)
Tussendoor even bidden, noemen we schietgebedjes.
September 2012, MdM
Wisten jullie dat Jezus ons zelf een gebed heeft geleerd?
Heb jij een idee welk gebed dat zou kunnen zijn?
(…)
Inderdaad het ‘Onze Vader’. Dit is het belangrijkste en mooiste gebed dat we in de Kerk hebben. Als je wilt kan je het elke dag bidden, bijvoorbeeld bij het eten of voordat je gaat slapen. Je kent het vast wel. Maar wist je ook dat het uit twee delen bestaat?
Het eerste deel:
Onze Vader Die in de Hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd;
Uw Rijk kome;
Uw wil geschiede op aarde zoals in de Hemel.
In het eerste deel vragen we dingen voor God de Vader. We vragen dat de mensen eerbiedig omgaan met Gods naam, dus dat ze niet vloeken of slecht praten over God.
We bidden ook dat Gods koninkrijk van liefde en vrede mag komen. Dat zal zijn wanneer alle mensen goed doen, zoals God het wil.
En het tweede deel:
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schuld,
zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven
en leid ons niet in bekoring,
maar verlos ons van het kwade.
In dit deel, vragen we wat we zelf nodig hebben: brood om te eten, vergeving van fouten en dat God ons helpt om geen verkeerde dingen te kiezen.
En heb je ook gehoord dat we bidden: “vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven”? Dat betekent dat als we willen dat God onze fouten vergeeft wij ook andere mensen hun fouten moeten vergeven en niet boos moeten blijven op mensen.